Toen Ayaan Hirshi Ali in Nederland nog niet zo bekend was, vertelde ze in een interview over haar eerste ervaring in Kenya met een westerse taal (Engels). Ze ervaarde het Engels als zeer accuraat, precies en duidelijk; je hoefde niet meer te gissen wat werd bedoeld. Haar voorbeeld spreekt me nog altijd erg aan. Ayaan vertelde: Een Somalische vrouw kwam bij een Engelse dokter voor haar hoofdpijn. "Hoe erg is het?," vroeg de dokter. “Ik zit op mijn knieën aan het graf van mijn moeder”, was het onomwonden antwoord in het Somalisch. De Somalische woorden waren letterlijk te vertalen, toch gaf het antwoord geen duidelijkheid. De vertaler kon er alleen aan toevoegen “het is heel erg”. Er volgde een vraag en antwoord spel wat duidelijk maakte dat de vrouw doelde aan te geven dat ze, bij zo’n hoofdpijn niet meer in staat was om te werken. Voor de dokter was hier meer aan de hand dan een onschuldige hoofdpijn, concludeerde hij uiteindelijk.
Ayaan gaf aan het heerlijk te vinden een taal (Engels, Nederlands) te spreken waarin je niet meer hoeft te gissen naar de achterliggende boodschap. Dit is zoals ze Nederland ervoer. Wij zeggen waar het op staat en nemen geen blad voor de mond.
Onze culturele (westerse) hoofdpijn is weer een andere. Die zit namelijk in de dubbele agenda’s op vergaderingen, klagen tegen collega’s over je baas, de directeur altijd gelijk geven, achter iemands rug informatie verdraaien wat beter uitkomt, cruciale informatie achterhouden voor irritante collega’s, het vervelend vinden als de klant uitweidt over privé problemen als je vraagt hoe het met hem gaat, boos worden als iemand je tegenspreekt of in het antwoordmail de persoonlijke ontboezeming cc-en aan de rest van de afdeling. Wie wil hier als vertaler optreden?
Reageren? Klik hier.
Terug naar de artikelen van Operationeel Leidinggeven, klik hier.





